Toda a informação sobre a aprendizagem da língua neerlandesa (holandês, flamengo) na Península Ibérica (Portugal e Espanha)

Lista dos verbos fortes

Infinitifo Tradução Imperf.sing. Imperf. plur. Perfeito
bakken cozer bakte bakten heb gebakken
beginnen começar begon begonnen ben begonnen
bevelen ordenar beval bevallen heb bevolen
bidden rezar bad baden heb gebeden
bijten morder beet beten heb gebeten
blazen soprar blies bliezen heb geblazen
blijven ficar bleef bleven ben gebleven
breken quebrar, partir brak braken heb gebroken
brengen trazer, levar bracht brachten heb gebracht
denken pensar dacht dachten heb gedacht
doen fazer deed deden heb gedaan
dragen carregar, usar droeg droegen heb gedragen
drinken beber dronk dronken heb gedronken
duiken mergulhar dook doken heb/ben gedoken
eten comer at aten heb gegeten
fluiten assobiar floot floten heb gefloten
gaan ir ging gingen ben gegaan
genieten gozar genoot genoten heb genoten
geven dar gaf gaven heb gegeven
gieten deitar goot goten heb gegoten
graven cavar groef groeven heb gegraven
grijpen agarrar greep grepen heb gegrepen
hangen estar (pendurado) hing hingen heb gehangen
hebben ter had hadden heb gehad
helpen ajudar hielp hielpen heb geholpen
heten chamar-se heette heetten heb geheten
houden guardar hield hielden heb gehouden
kiezen escolher koos kozen heb gekozen
kijken olhar keek keken heb gekeken
klimmen trepar klom klommen heb/ben geklommen
komen vir kwam kwamen ben gekomen
kopen comprar kocht kochten heb gekocht
krijgen receber kreeg kregen heb gekregen
kunnen poder kon konden heb gekund
lachen rir lachte lachten heb gelachen
laten deixar liet lieten gelaten
lezen ler las lazen heb gelezen
liegen mentir loog logen heb gelogen
liggen estar (deitado) lag lagen heb gelegen
lopen andar, correr liep liepen heb/ben gelopen
moeten ter de, dever moest moesten heb gemoeten
mogen poder mocht mochten heb gemogen
nemen tomar, pegar nam namen heb genomen
raden adivinhar raadde raadden heb geraden
rijden andar de reed reden heb/ben gereden
roepen chamar, gritar riep riepen heb geroepen
ruiken cheirar rook roken heb geroken
schelden vociferar schold scholden heb gescholden
schenken oferecer schonk schonken heb geschonken
scheren barbear ik schoor schoren heb geschoren
schieten atirar schoot schoten heb geschoten
schijnen brilhar, parecer scheen schenen heb geschenen
schrijven escrever schreef schreven heb geschreven
schrikken assustar-se schrok schrokken ben geschrokken
slaan bater sloeg sloegen heb geslaan
slapen dormir sliep sliepen heb geslapen
sluiten fechar sloot sloten heb gesloten
snijden cortar sneed sneden heb gesneden
spreken falar sprak spraken heb gesproken
springen saltar sprong sprongen ben gesprongen
staan estar (de pé) stond stonden heb gestaan
steken espetar stak staken heb gestoken
stelen roubar stal stalen heb gestolen
sterven morrer stierf stierven ben gestorven
stijgen subir steeg stegen ben gestegen
stinken cheirar mal stonk stonken heb gestonken
strijken passar a ferro streek streken heb gestreken
trekken puxar trok trokken heb getrokken
vallen cair viel vielen ben gevallen
vangen apanhar ving vingen heb gevangen
varen navegar voer voeren heb/ben gevaren
vechten lutar vocht vochten heb gevochten
verdwijnen desaparecer verdween verdwenen ben verdwenen
vergeten esquecer-se vergat vergaten heb/ben vergeten
verliezen perder verloor verloren heb verloren
vinden encontrar vond vonden heb gevonden
vliegen voar vloog vlogen heb/ben gevlogen
vragen perguntar, pedir vroeg vroegen heb gevraagd
wassen lavar waste wasten heb gewassen
wegen pesar woog wogen heb gewogen
weten saber wist wisten hwb geweten
wijzen indicar wees wezen heb gewezen
winnen ganhar won wonnen heb gewonnen
worden tornar-se werd werden ben geworden
zeggen dizer zei zeiden heb gezegd
zien ver zag zagen heb gezien
zijn ser, estar was waren ben geweest
zingen cantar zong zongen heb gezongen
zitten estar (sentado) zat zaten heb gezeten
zoeken procurar zocht zochten heb gezocht
zwemmen nadar zwom zwommen heb/ ben gezwommen
zwijgen calar-se zweeg zwegen heb gezwegen

© Jeroen Dewulf