Over de Nederlandse taal

Het Nederlands wordt gesproken door ongeveer 24 miljoen mensen op verschillende continenten. In andere talen bestaat veel verwarring over de juiste benaming van de taal. Dat komt mede doordat het taalgebied gescheiden is.

Van Suriname tot Namibië

Het Nederlands is de zevende taal van de Europese Unie. Het is de moedertaal van ongeveer 16 miljoen Nederlanders en 6 miljoen Vlamingen. Daarnaast wordt het Nederlands ook op Aruba, de Nederlandse Antillen, in Suriname en in Frans-Vlaanderen gesproken. Het Afrikaans, de dochtertaal van het Nederlands is de moedertaal van 6 miljoen mensen in Zuid-Afrika en Namibië.

Netherlandish, holandés, hollandaise

Nederlands wordt zowel in Nederland als in (een deel van) België gesproken. De taal wordt soms “Hollands” dan wel “Vlaams” genoemd. Zelfs in het eigen taalgebied leidt dit weleens tot verkeerde voorstellingen over de verspreiding en de oorsprong van het Nederlands. Het Standaardnederlands, of ABN (Algemeen Beschaafd Nederlands), wordt ook wel verwarrenderwijs ‘Hollands’ genoemd. Dat komt omdat het beschaafde Hollands de norm voor het Standaardnederlands is geweest.

Verschillen in Nederland en Vlaanderen

Vrijwel alle Vlamingen noemen de Zuid-Nederlandse standaardtaal het "Vlaams". Daarnaast wordt (Oost- en West-) Vlaams tevens gebruikt voor een bepaald dialect van het Nederlands, zoals het Hollands behalve voor de standaardtaal ook gebruikt wordt voor een bepaald dialect van het Nederlands, dat in de provincies Noord- en Zuid-Holland gesproken wordt. Momenteel is de standaardtaal in Nederland en Vlaanderen grotendeels gelijk. Voor 1995 bestonden er aanzienlijke verschillen in schrijfwijze, maar sinds de spellingsherziening van 1995 is de spelling in Nederland en België identiek. Op dit moment bestaat er slechts een gering aantal verschillen tussen het Belgisch- Nederlands en het Nederlands- Nederlands. Verschillen in woordenschat zijn er wel, hoewel ook die steeds meer afnemen. Alleen de uitspraak verschilt. In Nederland wint het ‘Poldernederlands’ steeds meer terrein, terwijl in België deze uitspraak achterwege blijft.

Het is niet vreemd dat buitenlanders de draad een beetje kwijtraken. Engelstaligen spreken van ‘The Netherlands’ en ‘Holland’ als ze Nederland bedoelen terwijl ze de taal ‘Dutch’ en niet ‘Netherlandish’ noemen. Als ze spreken over ‘The Low Countries’ dan bedoelen ze Nederland en Vlaanderen (of misschien wel België) samen. Voor Spaanstaligen zijn ‘los Países Bajos’ en ‘Holanda’ synoniemen voor Nederland (zonder Vlaanderen) . Het Nederlands heet ‘holandés’, het Vlaams ‘flamenco’ en de term ‘neerlandés’ is vrijwel onbekend. Voor Franstaligen is “hollandaise” niet alleen een taal maar ook een Friese koe.

De Germaanse taalfamilie

Het Nederlands is een Germaanse taal, en behoort samen met het Duits, Engels en Fries tot de groep van de Westgermaanse talen. IJslands, Deens, Noors en Zweeds zijn aan het Nederlands verwant maar behoren tot de groep van de Noordgermaanse talen. De Oostgermaanse talen (Vandaals, Ostrogotisch en Visigotisch) zijn inmiddels uitgestorven.

Het Afrikaans

In de 17e eeuw vestigden zich Zeeuwse en Hollandse boeren en zeelui nabij Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Uit de taal die zij spraken, ontwikkelde zich het Afrikaans, dat nu samen met het Engels en negen bantoetalen, een officiële taal is in Zuid-Afrika. Tot in de late 19e eeuw werd het Afrikaans gezien als een dialect van het Nederlands. Pas sinds 1925 wordt het erkend als aparte taal.

Dialecten

Het Nederlands kent naast het Standaardnederlands vele dialecten waaronder het Limburgs, Zeeuws, Brabants en Westvlaams. Deze bevatten op hun beurt weer tal van verschillende stads- en regiodialecten.

Ontstaan van het Standaardnederlands

''Hebban olla vogala nestas hagunnan,

hinase hic enda tu, wat unbidan we nu''

("Alle vogels hebben begonnen nesten te bouwen,

behalve jij en ik, waar wachten we op")

Dit schreef een verliefde monnik toen hij ergens in het begin van 12e eeuw zijn pen uitprobeerde. Het is niet de oudste, maar wel de meest bekende Oudnederlandse zin, en werd waarschijnlijk geschreven in het toenmalige West-Vlaamse dialect.

De Middeleeuwen

Het Nederlands dat in de Middeleeuwen in de Lage Landen werd gesproken, verschilde per regio, stad en zelfs per dorp. Deze dialecten werden aangeduid met de naam ‘Diets’, wat ‘van het volk’ betekent. De Vlaamse en Brabantse dialecten waren toonaangevend in de schrijftaal.

De Renaissance

In de 16e en 17e eeuw ontstond er in de Lage Landen behoefte aan een uniforme geschreven taal, zodat alle mensen uit het Nederlandstalige taalgebied makkelijker met elkaar konden communiceren. Deze behoefte ontstond door een aantal oorzaken.
Door de uitvinding van de boekdrukkunst (rond 1450) werden er steeds meer boeken geschreven en gelezen. Boeken werden in de Middeleeuwen gewoonlijk in het Latijn geschreven, maar nu verschenen er steeds meer boeken ook in de landstalen. Het eerste gedrukte Nederlandstalige boek is de Delftse Bijbel (1477). Standaardisering van de taal werd belangrijk voor de verspreiding van boeken. Immers, hoe uniformer de spelling, hoe meer potentiële lezers en hoe toegankelijker het boek.

De Tachtigjarige oorlog

Door de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648), waarin de Nederlanden zich bevrijdden van de Spaanse overheersing, ontstond er een enorme mobiliteit binnen de Nederlanden. Mensen vertrokken uit angst voor het oorlogsgeweld naar andere regio’s en hierdoor ontstond er behoefte aan een bovenregionale taal. In 1585 heroverden de Spanjaarden Antwerpen, en blokkeerden hiermee de handel in Vlaanderen. Het gevolg was een uittocht van Zuid-Nederlanders naar de Noordelijke Nederlanden, waar zij –mede- Amsterdam tot grote bloei brachten. In 1588 wordt in Noord Nederland de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uitgeroepen, die in de 17e eeuw een periode van grote bloei doormaakt en zich binnen enkele generaties ontwikkelde tot een wereldmacht. De republiek zou tot de Franse tijd (1795) blijven bestaan.

De Gouden Eeuw

In deze Nederlandse Gouden Eeuw ontstond voor het eerst een gevoel van nationaal bewustzijn, dat zich, onder meer, uitte in aandacht voor literatuur in de landstaal en uniforme spelling en grammatica. Vlaanderen bleef ondertussen in Spaanse handen. Het Standaardnederlands ontwikkelde zich daardoor in Noord-Nederland, vooral in het politiek, economisch en cultureel machtige gewest Holland. Vanaf 1550 verschijnen de eerste Nederlandstalige spellingsgidsen, woordenboeken en grammatica’s.

De Statenbijbel

In de 17e eeuw gaven de Nederlandse Staten-Generaal de opdracht om de bijbel in het Nederlands te vertalen. Deze Statenbijbel verscheen in 1637 en zorgde voor verdere verspreiding van de standaardtaal. De Statenbijbel werd vertaald door een collectief van vertalers en revisoren uit alle gewesten van de jonge republiek. Zuid-Nederlandse vertalers deden niet mee, Vlaanderen was immers nog in Spaanse handen.

De standaardtaal is een geschreven taal in de Renaissance. Hij wordt in het begin enkel gebruikt voor geschreven teksten. De spreektaal blijft nog decennialang het regionale dialect.

Scheiding van Nederland en Vlaanderen

Nederland en Vlaanderen werden in 1648, bij de Vrede van Munster, gescheiden maar kwamen na de val van Napoleon (1815) weer kort bij elkaar. In 1830 scheidde Vlaanderen zich af van Nederland en ging samen met Wallonië op in België. Tijdens drie eeuwen politieke scheiding en onder invloed van het Frans ontwikkelde het Nederlands in Nederland en Vlaanderen zich op een verschillende manier. Desondanks was er altijd een hechte samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse taalgeleerden en sinds de Tweede Wereldoorlog is er steeds meer culturele samenwerking.

De Nederlandse Taalunie

In 1980 werd de Nederlandse Taalunie opgericht, een organisatie waarin Nederland, België en Suriname (sinds 2005) samenwerken op het gebied van de Nederlandse taal, onderwijs en letteren. De economische en politieke banden, de culturele samenwerking en de radio en televisie zorgen ervoor dat de verschillen tussen het Nederlands in Noord en Zuid steeds kleiner worden. Een van de hoogtepunten in culturele samenwerking is het Groot Dictee der Nederlandse taal: een spellingswedstrijd tussen Nederlanders en Vlamingen die live wordt uitgezonden op tv en vaak wordt gewonnen door de Vlamingen.

Bronnen

  • Omer Vandeputte, Nederlands, het verhaal van een taal. Stichting Ons Erfdeel, 1993.
  • Nicoline van der Sijs, De geschiedenis van het Nederlands in een notendop. Amsterdam, 2005
  • Nicoline van der Sijs, “De invloed van de Statenvertaling op de vorming van de Nederlandse standaardtaal”. In: N. van der Sijs (red.), Leeg en ijdel. Den Haag, 2005.
  • De pagina's over het Nederlands, het Afrikaans en de Statenbijbel in Wikipedia.

© Anne Logman, EOI Barcelona