Lista de vocabulario básico

01. En la verdulería Bij de groenteboer

1.1 Het fruit la fruta
1.2 De groenten las verduras

02. Ir al médico Bij de dokter

2.1 Het lichaam el cuerpo
2.2 ziektes enfermedades
2.3 Andere nuttige woorden otras palabras útiles

03. En la granja Op de boerderij

04. El tiempo Het weer

05. En el zoo In de dierentuin

6. En el restaurante In het restaurant

6.1 Gerechten en dranken platos y bebidas
6.2 Andere nuttige woorden otras palabras útiles

07. En la tienda de comestibles Bij de kruidenier

08. En la tienda de ropa In de kledingwinkel

09. En la ciudad In de stad

10. En la comisaría de la policía Op het politiebureau

11. El tránsito Het verkeer

12. En casa Thuis